Musea, theaters en muziekpodia vind je door heel Utrecht. Maar hoe zit dat met de kunstenaars en kunstenmakers die het publiek moeten zien te vermaken? Kent onze stad nog nieuw, jong en verfrissend talent? Het Dagblad Utrecht stelt u de komende weken voor aan nieuwkomers in de kunstwereld.
door Katy Sherriff
“In mijn eerste rol moest ik zingend op een vrachtauto door de binnenstad van Utrecht rijden.” De 24-jarige Costiaan Mesu moet er zelf wat om lachen. “Tja, het was een middeleeuws wagenspel dat mijn leraar had geschreven. Een erg socialistisch stuk waarin burgemeester Vos werd verleid door een duivel en een engel.” De geboren en getogen Utrechter heeft inmiddels al drie stukken geregisseerd en begint in augustus met een veelbelovende stage als dramaturg bij het Nationaal Toneel. “Ik kan niet van mezelf gaan zeggen dat ik talent heb, maar ambitieus en serieus ben ik zeker.”
Mesu wilde na zijn studie bedrijfskundige informatica niet gaan werken: “Ik wilde nog iets leuks gaan studeren. Een oud-decaan van mijn middelbare school De Klop in Overvecht wees mij op theater-, film- en televisiewetenschappen.” Eigenlijk wilde Mesu maar een jaartje extra studeren. Inmiddels zit hij in zijn derde en laatste jaar voor het Bachelordiploma: “De studie is heel interessant, juist doordat het de theater- en filmgeschiedenis en de theorie hierachter behandelt.”
Zijn debuut kwam met een stuk dat hij met vier studiegenoten schreef. De studenten konden hun voorstelling opvoeren in Studio T in het U-theater van de Universiteit Utrecht. Mesu vond het regisseren erg boeiend en besloot alleen een voorstelling te gaan regisseren: “Ik koos voor het stuk ‘Appelzwaardhart’ van de jonge schrijver Bastiaan W. Smit. Ik vond dit een interessant stuk om te vertolken. Acteurs waren zo gevonden in mijn vriendenkring.” Het laatste werk dat hij regisseerde was ‘Trial of Century’, ook opgevoerd in Studio T. “Ik heb geen studiepunten met al dit werk verdiend”, vertelt Mesu, “dit was allemaal puur voor mezelf, omdat ik het leuk vind om te doen.”
Toch heeft zijn regisseurservaring hem geen windeieren gelegd. In augustus begint hij met een werkstage als dramaturg bij het Nationaal Toneel. “Ja, dat is eigenlijk per toeval komen aanwaaien”, vertelt Mesu bescheiden, “een dramaturg van het Nationaal Toneel ging met mijn klas in discussie nadat wij een stuk van hem hadden bekeken. Een weekje later ontving ik een mailtje van haar dat zij het gesprek met mij interessant vond en mijn verslag van het stuk erg goed. Of ik zin had om twee maanden als dramaturg stage te komen lopen.” Mesu hoefde niet lang na te denken.
“Een dramaturg ondersteunt de regisseur. Hij analyseert de teksten, zoekt achtergrondinformatie, probeert het stuk op een bijna wetenschappelijke manier te benaderen. Een regisseur werkt meer vanuit het gevoel. Als dramaturg ben je zeg maar de eerste toeschouwer tijdens de repetitie.” Mesu wil het geen bemoeial noemen: “De dramaturg stelt aan de regisseur andere invalshoeken voor. Uiteindelijk is het aan de regisseur om er iets mee te doen.”
Mesu hoopt ooit een musical voor Joop van den Ende te kunnen regisseren. “Ik heb een hekel aan musicals, maar het lijkt me geweldig om zo’n show te regisseren. Uiteindelijk draait het net als in film en toneelstukken om één ding: het opslorpen van mensen in een andere wereld en ze iets laten beleven.” Een droomloopbaan heeft Mesu al in gedachten: “Ik ga eerst bij een aantal grote gezelschappen in Nederland en Duitsland dramaturg spelen, dan bij Joop een musical regisseren, vervolgens een Nederlandse film uitbrengen en daarna, over zo’n vijftien jaar, richting Hollywood waar ik een film ga regisseren.” Voldoende ambitie om het helemaal te gaan maken.